Uitgeverij Dulce et Decorum Wie in Nederland iets wil lezen over de Eerste Wereldoorlog kan putten uit een groeiende hoeveelheid in het Nederlands vertaalde non-fictieboeken. Vertaalde fictie is echter minder voorhanden. Uitgeverij Dulce et Decorum wil in deze leemte voorzien …. Meer lezen

Aanbieding ter gelegenheid

van de uitgave van deel 14

van de Bibliotheek

van de Eerste

Wereldoorlog ...

 

Voor slechts € 20,00 (voor Nederland geen verzendkosten) kiest u 3 van de eerste 8 delen. Deel 6, Witte zwanen, zwarte zwanen van Jennifer Johnston, is alleen in de aanbiedingsdoos te krijgen.

Dit is dé gelegenheid om kennis te maken met de schitterende boeken van de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

AANBIEDING:

klik op de afbeelding

 

De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog

De meest bijzondere romans, verhalen, dagboeken en memoires worden vertaald en uitgegeven onder de noemer van De Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog. 

William March – Compagnie K 

Dalton Trumbo – Stiltewoorden  

Paul Alverdes – Het Fluitersvertrek 

Thomas Boyd - Door het koren

Francis Brett Young - Mars op Tanga

Jennifer Johnston - Witte zwanen, zwarte zwanen 

E.E.Cummings - De Enorme Zaal

Harry Oltheten - Dauw

De Oorlogsherinneringen van Frank Richards, 1914-1918 

James Hanley - De Duitse gevangene / Passie in het aangezicht van de dood

E.P.F.Lynch - Modder van de somme

Bob Latten - Poststempel Verdun

Fritz von Unruh - Offergang

R.H.Mottram - De Spaanse Hoeve
Meer lezen

Bestellingen:

U kunt bestellen door een e-mail naar de uitgeverij te sturen [info@dulce-et-decorum.nl]. U krijgt dan een e-mail terug met de betalingsgegevens. 

A.P.Herbert - De Verborgen Strijd

 De Verborgen Strijd van A.P.Herbert is in 2006 uitgegeven door uitgeverij Vorroux. Deze uitgeverij is onlangs opgeheven en het boek is niet meer verkrijgbaar. Dulce et Decorum heeft echter de hand weten te leggen op de laatste exemplaren. Als het boek al niet uitgegeven was, zou het zeker een plaats hebben gekregen in de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog.

De Verborgen Strijd is prachtig uitgegeven. Het is een gebonden boek met stofomslag.

 Chistopher Morley oordeelde in ‘Modern Essays over dit boek: 
.....'The secret battle is zonder twijfel een van de krachtigste boeken die de oorlog heeft voortgebracht, .... het is helder, bondig, steekhoudend, beeldend, ongekunsteld en het leest als een trein. Als dit niet de kardinale eigenschappen van een goed boek zijn, welke dan wel?'

Aanbieding geldig tot 1 augustus:

Van € 26,00

voor

€ 7,50

(verzendkosten € 2,50) 

Tijdens de Eerste Wereldoorlog vocht de auteur A.P. Herbert zowel op Gallipoli als aan het Westelijk Front. Zijn ervaringen vormden de basis voor De verborgen strijd, in de woorden van Winston Churchill, 'a soldier's tale cut in stone to melt all hearts'.

Harry Penrose, hoofdpersoon van het verhaal, vecht een innerlijke strijd uit die hem uiteindelijk voor het vuurpeloton brengt. Hij zou laf geweest zijn. Maar we mogen ons afvragen of je van lafheid kunt spreken als je moed langzaam maar zeker aan flarden geschoten wordt. 

Het boek The secret battle kwam uit in 1919 en zorgde na verschijning voor veel opschudding en onrust. A.P. Herbert verhaalde over een officier die wegens lafheid voor de krijgsraad moest verschijnen en ter dood werd veroordeeld. Volgens velen had hij bij het schrijven de Dyett-zaak voor ogen gehad. Edwin Dyett was een van de twee Engelse officieren die tijdens de oorlog geëxecuteerd zijn. Met name deze zaak bracht politiek Engeland in beroering. 

In het Lagerhuis werden hierover vragen gesteld. Het gevolg was dat de militaire rechtspraak tegen het licht werd gehouden. Stemmen gingen op dat de soldaten en officieren die tijdens de oorlog ter dood veroordeeld waren en geëxecuteerd, gerehabiliteerd moesten worden. Dat dit in Engeland heel gevoelig ligt, bewijst wel het feit dat de rehabilitatie-kwestie de gemoederen nog steeds bezighoudt. 

In het voorwoord wordt ingegaan op de ontstaansgeschiedenis van The secret battle en de relatie die het boek heeft met de nog steeds beruchte Dyett-zaak: de executie van luitenant Edwin Dyett, 21 jaar oud, op 5 januari 1917.

A.P.Herbert


De toespraken die A.P. Herbert (Alan Patrick Herbert, 1890 - 1971) hield tijdens de 15 jaar die hij als onafhankelijk afgevaardigde van de Universiteit van Oxford in het Lagerhuis zat, werden veelvuldig door lachsalvo’s onderbroken. Een redevoering op rijm was voor hem geen probleem. Een van a tot z gezongen speech evenmin. Hij stond bekend als een begenadigd redenaar die er niet voor terugdeinsde controversiële onderwerpen aan te snijden. 

Hij was ook een bekende schrijver. Hij schreef gedichten, romans, toneelstukken, musicals en verschillende boeken over juridische onderwerpen, die nagenoeg allemaal licht van toon waren. Zestig jaar werkte hij mee aan Punch Magazine, waarvoor hij ontelbare satirische gedichten schreef. In 1945 werd hij geridderd. Ondanks zijn grote staat van dienst zou Herbert allang vergeten zijn, als hij niet aan het einde van de Eerste Wereldoorlog het boek The Secret Battle ( De Verborgen Strijd) geschreven had. Winston Churchill schreef in zijn voorwoord bij de vierde druk het volgende: ‘Dit verhaal over een moedig man die tot het uiterste op de proef werd gesteld, werd meteen nadat het een paar maanden na de wapenstilstand gepubliceerd werd, gezien als een van de ontroerendste romans die de oorlog had voortgebracht. [ …] 

Het was een wanhoopskreet van de vechtende soldaten die veroorzaakt werd door de aanhoudende, onmetelijke kwellingen die zij te verduren kregen en die, net als de gedichten van Siegfried Sassoon, door elke nieuwe generatie gelezen moet worden, zodat zowel mannen als vrouwen over de ware betekenis van oorlog geen illusies zullen hebben.  

Churchill had gelijk. Het boek moet gelezen worden. Niet alleen omdat het een goed beeld geeft van de gruwelijke omstandigheden waaraan een soldaat in de Eerste Wereldoorlog blootgesteld werd, maar vooral omdat de thematiek tot op de dag van vandaag actueel is en helaas actueel zal blijven omdat oorlogen ook in de toekomst nu eenmaal niet weg te denken zijn. 

Harry Penrose, de hoofdpersoon van het verhaal, gaat als vrijwilliger de oorlog in. Hij is enthousiast, ongeduldig, zonder angst en bereid zich te offeren voor de goede zaak. Hij droomt over gevechten waarin hij een glorieuze rol speelt. Aan de wortels van dit romantische idee wordt langzaam maar zeker geknaagd, totdat het fundament het begint te begeven. Zijn zelfvertrouwen brokkelt af. De onverschrokken verkenner die het niemandsland afstruint en bijna tot in de vijandelijke linies doordringt om de noodzakelijke informatie te verzamelen verandert in een onzeker, angstig, twijfelend persoon die liever terugkeert om veilig af te wachten dan dat hij het allesvernietigende spervuur trotseert en doorstoot tot de frontlijn. 

Het is niet moeilijk te begrijpen dat een soldaat zijn zelfvertrouwen en moed verliest als hij tijdens een aanval te maken krijgt met infernale, dodelijke dreigingen. Aan het front, tijdens zo’n aanval, was dat begrip echter ver te zoeken en liet gebrek aan zelfvertrouwen en moed zich makkelijk uitleggen als lafheid. Een soldaat die daarvan beschuldigd werd, hoefde niet op veel clementie te rekenen. Een krijgsraad te velde oordeelde over zijn lot. Er was weinig ruimte voor nuanceringen en relativeringen. Er werd alleen naar de feiten gekeken. 

The Secret Battle

Herbert meldde zich in 1914 aan bij de Royal Naval Volunteer Reserve (R.N.V.R.). Hij deed dat uit volle overtuiging omdat hij net als veel anderen vond dat Duitsland een lesje moest krijgen. In 1915 werd hij benoemd tot luitenant-ter-zee 3e klasse en ingedeeld bij het Hawke-bataljon. In het voorjaar van 1915 vertrok hij naar de Dardanellen. Zijn eenheid zou als infanteriedivisie deelnemen aan de Gallipolicampagne. 

De bekende Engelse war poet Rupert Brooke die van dezelfde divisie deel uitmaakte, schreef hier in een brief aan Violet Asquith, de dochter van de prime minister, het volgende over: ‘Het is te mooi om waar te zijn. Ik vind het ongelofelijk dat het lot ons zo goedgezind is geweest. Ik ben bijna geneigd het te wantrouwen. Misschien dat we twee maanden in reserve gehouden worden, ergens achteraf, op ruwe zee … maar zelfs dan! … Ik ben vol vertrouwen […] Zal dit een keerpunt in de geschiedenis worden? Mijn God!’ Rupert Brooke is nooit op het slagveld aangekomen. Hij stierf op de heenweg aan een acute bloedvergiftiging en ligt op Skyros begraven.

 

Het is te betwijfelen of zijn vertrouwen had stand gehouden als hij daadwerkelijk mee had gevochten in de gruwelijke strijd om Gallipoli. Vanaf de landing van de soldaten op 25 april 1915 tot hun ontsnapping van dit schiereiland begin januari 1916 was het een kansloze onderneming. 

Een kapitale inschattingsfout van de legerleiding zorgde ervoor dat enkele tienduizenden soldaten gedropt werden op smalle strandjes waar ze kannonnenvoer waren voor het Turkse geschut. Ten koste van grote verliezen wisten de geallieerden zich maandenlang op een klein gebied te handhaven. Het onophoudelijke spervuur en de man tegen man gevechten die kenmerkend waren voor deze strijd, zorgden voor een ondragelijke druk. De helse omstandigheden knaagden aan het moreel van de troepen. Toch staat juist de strijd om Gallipoli bekend om de ongekende moed en heldhaftigheid van beide kanten.

A.P. Herbert heeft de verschrikkingen van de strijd aan den lijve ervaren gedurende de paar maanden op Gallipoli totdat hij ziek naar Engeland terugkeerde. In de eerste hoofdstukken van The Secret Battle schetst hij dan ook een aangrijpend, waarheidsgetrouw beeld van het leven aan dit front. Na een lange herstelperiode voegde hij zich in de zomer van 1916 weer bij zijn bataljon, dat na de miraculeuze, maar roemloze ontsnapping van Gallipoli, nu in Frankrijk aan de Somme gelegerd was.

In dezelfde tijd meldde luitenant-ter-zee 3e klasse Edwin Dyett zich bij het Nelson-bataljon dat ook deel uitmaakte van de Royal Naval Volunteer Reserve. Midden november 1916 werd de R.N.V.R. ingezet bij Beaucourt. Deze strijd werd bekend als de slag om de Ancre die het einde zou betekenen van het Britse Somme-offensief. Van de 20 officieren en 415 manschappen van het Hawke-bataljon die in de vroege ochtend van de 13e november over the top gingen, overleefden er maar 20, onder wie 2 officieren. Herbert was een van hen. 

Het Nelson-bataljon verging het niet veel beter. Ook Dyett ging op weg naar de frontlijn, die hij echter nooit bereikte. Hij kreeg grote onenigheid met een andere officier over het feit dat deze hem naar de frontlinie stuurde. Dyett voelde daar niets voor. Hij zei dat hij terugging naar het hoofdkwartier om daar nadere orders af te wachten. Daar dook hij pas anderhalve dag later op. Zijn gedrag wekte argwaan. Omdat Dyett geen afdoende verklaring kon geven voor zijn gedragingen stelde de kolonel hem onder arrest. 

De slag aan de Somme had veel te veel van de soldaten gevraagd. Het moreel in het Britse leger was op een absoluut dieptepunt geraakt. Velen deserteerden. In deze situatie kon en wilde de legerleiding niets door de vingers zien, zeker niet als het een officier betrof. Edwin Dyett moest dan ook voor de krijgsraad komen. Hij werd beschuldigd van desertie en lafheid en na een korte rechtszitting op beide punten schuldig bevonden en veroordeeld tot de doodstraf. Ondanks een recommendation for mercy bekrachtigde veldmaarschalk Haig het vonnis. Op 5 januari 1917 werd Edwin Dyett, 21 jaar oud, bij het ochtendgloren door mannen van zijn eigen bataljon geëxecuteerd.

Herbert heeft in die tijd zeker over deze zaak gehoord. Hoewel hij Edwin Dyett misschien niet persoonlijk gekend heeft - ze behoorden weliswaar tot dezelfde divisie maar niet tot hetzelfde bataljon - veroorzaakte de voltrekking van dit vonnis volgens Basil Rackham, brigadier in Herberts bataljon, bij hem veel onrust. Er mag dan ook van worden uitgegaan dat de Dyett-zaak voor Herbert de aanleiding was voor het schrijven van zijn boek. Maar meer dan een aanleiding was het niet. De hoofdfiguur Harry Penrose is geen alter ego van Edwin Dyett, hoewel het verleidelijk is dat te denken. 

Het is een oorlogsboek maar geen aanklacht tegen de oorlog. Het is een boek over de doodstraf maar geen aanklacht tegen de doodstraf. Wat heeft Herbert dan voor ogen gestaan?

In Punch Magazine van 4 juni 1919 stond de volgende bespreking:
‘… [The Secret Battle] is een degelijk onderzoek dat van begin tot het eind bezield is van een grote vastberadenheid waarvan elke bladzijde doortrokken is en dat de vernietiging laat zien van de geestkracht van een jongeman door de meedogenloze moderne oorlogsmachinerie. Er is geen andere plot, geen ander vraagstuk. Je kunt er niet aan ontkomen. We volgen Harry Penrose vanaf het moment dat hij net uit Oxford als een galante heer het oorlogsavontuur tegemoet treedt, tot het tragische moment dat hij door het systeem dat hem misbruikt en kapot gemaakt heeft, uitgekotst wordt. Soms hoop je dat het slechts bedacht is. Zelfs nu is het moeilijk te geloven dat gebeurtenissen zoveel dwalingen veroorzaken. The Secret Battle is een verhaal met een bedoeling en verdient zeker het epitheton ‘verpletterend’. Het verhaal laat je niet meer los.’ 

Harry Penrose was een officier die zijn sporen verdiend heeft in een weerzinwekkende oorlog, maar hij was ook iemand bij wie de gruwelijke omstandigheden twijfel zaaiden, wat zijn weerbaarheid aantastte. Beetje bij beetje brokkelde zijn zelfvertrouwen af. De strijd die in hem woedde moet afschuwelijk zijn geweest. Op een bepaald moment nam hij een beslissing waar hij genadeloos op werd afgerekend. Natuurlijk moest de legerleiding ten allen tijde van haar mensen op aan kunnen, maar als The Secret Battle één ding duidelijk maakt dan is het wel dat iemand kan breken door de verschrikkelijke omstandigheden waarin hij terechtkomt. Dit wil niet zeggen dat hij een lafaard is. Integendeel. Het wil alleen zeggen dat de omstandigheden hem klein hebben gekregen. Harry Penrose treedt het vuurpeloton onverschrokken tegemoet, net als Edwin Dyett. 

Het ooggetuigenverslag van zijn executie dat op 23 februari 1918 in de krant John Bull verscheen, is daarvoor illustratief: 
‘Stel je je het volgende voor. De gevangene was aan een paal vastgebonden en hij had een doek voor zijn ogen. Dat was absoluut niet nodig. Hij trad de dood zonder angst tegemoet. De touwen sneden in zijn polsen. Hij protesteerde. Zijn identificatieplaatje hing op zijn borst. Het vuurpeloton stond half verborgen in een loopgraaf. Geen tijd wordt verspild. Dan een schreeuw: ‘Alsjeblieft, maak een eind aan mijn ellende - deze spanning wordt me teveel’. Als de geweren in de aanslag gebracht worden, zegt hij, ‘Nou, jongens, vaarwel! In godsnaam, schiet zuiver.’ Iemand die erbij stond en het allemaal zag, zei: ‘Hij was geen lafaard. Hij gedroeg zich als een echte kerel’. Op dit afschrikwekkende moment zei het joch zelf: 'Ik durf jullie tegemoet te treden, maar de moffen niet'. 

De verborgen strijd gaat over een strijd. Niet over de oorlog maar over een strijd die diep in het binnenste van iemand gevoerd wordt. De Eerste Wereldoorlog is in dit geval het decor, maar deze strijd wordt in het decor van elke oorlog gevoerd. Iedereen die zich geroepen voelt een oordeel te geven over iets wat hij niet meegemaakt heeft, moet zich eerst de omstandigheden proberen voor te stellen waarin iemand tot een beslissing of daad gekomen is. En juist dat is een onmogelijke opgave.

Het is zoals Churchill in zijn voorwoord schreef, ‘[Harry Penrose] had veel te geven. Hij gaf het allemaal. Het lot besliste echter dat het niet genoeg was […] It is a soldier’s tale cut in stone to melt all hearts.’

Dulce et Decorum - Bibliotheek van de Eerste wereldoorlog nieuwsbrief

Blijft op de hoogte: