VAN DE LIEFDE NAAR DE LOOPGRAAF
Een Nederlandse schrijver die een Engelse soldaat in de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog laat acteren, is uniek. België was, anders dan het neutrale Nederland, wel betrokken bij die oorlog, en bijvoorbeeld Erwin Mortier schreef met zijn AKO Literatuurprijswinnende roman Go den slaap (2008) nog een roman waarin wordt teruggekeken op die oorlog.
Harry Oltheten (1946), van wie in 2008 het geslaagde romandebuut Wit licht verscheen, vertaalde voor uitgeverij Dulce & Decorum, dat zich specialiseert in literatuur over de Eerste Wereldoorlog, drie romans. Dat inspireerde hem tot het schrijven van een eigen 'geschiedenis' over 'de grote oorlog', Dauw. Het is als deel 8 van de Bibliotheek van de Eerste Wereldoorlog bij Dulce & Decorum verschenen. Over de Engelse dichter Pete Crawley, die we in 1915 als soldaat volgen.
Dauw is een eigenaardige roman. Niet zozeer omdat een Nederlandse schrijver zijn eigen achtergrond, afkomst en gedachtegoed geheel links laat liggen - al blijft het een vreemde gewaarwording als je een Nederlandse romancier Engelse namen ziet gebruiken die zo uit een opstelling van een Engelse voetbalploeg uit die jaren lijken te zijn geplukt - maar omdat het ook om een heel goede vertaling had kunnen gaan.
Dat is een compliment, want Dauw is een volstrekt geloofwaardige roman. Oltheten heeft zich blijkbaar - ik kan dat niet zo een-twee-drie controleren en je moet je als lezer aan hem overgeven - uitstekend gedocumenteerd en ingeleefd.
Oltheten laat veel zien. Hij laat Crawley deel uitmaken van een vuurpeloton dat een eigen soldaat (een deserteur) moet executeren, toont ons de gruwelen van de loopgravenoorlog, met afgerukte ledematen en al, en beschrijft hoe de mannen - letterlijk kanonnenvoer - zich vlak voor een aanval voelen. Oltheten laat dat mooi zien, zonder psychologisch zo diep te gaan dat het verhaal doodslaat.
Crawley krijgt geen dichtregel meer op papier en worstelt ermee dat hij iemand - de deserteur - heeft doodgeschoten. De oorlog sloopt hem, vooral geestelijk. 'Je wordt hier een soort holenmens,' schrijft hij zijn geliefde. De geliefde is de strohalm. Denkend aan haar probeert hij de ellende even weg te duwen.
Met de liefdesgeschiedenis van Crawley, die Oltheten door de roman vlecht, krijgt ook het thuisfront een plaats. Verrassend is de perspectiefwisseling op de helft van het boek. We zien de oorlog en Crawley nu vanuit de ogen van een vrouw, wat de roman gelaagdheid geeft. Crawley, met verlof, moet aan het einde van de roman terug naar de oorlog. Van de liefde naar de loopgraaf. Kan geluk het opnemen tegen de waanzin van een oorlog?
Dauw is een boek dat na lezing nog een tijd doorwerkt. (MAARTEN MOLL)