IV
(..........)
Arme Hicks wist niet wat te doen. Net voor de pijl was afgevuurd had hij besloten te gaan zoeken naar de vermiste korporaal. Maar met een masker voor kon hij nauwelijks adem krijgen, laat staan zijn weg vinden in het donker. Plotseling rukte hij zijn masker af en begon terug te kruipen in de richting vanwaar ze waren gekomen. Niemand merkte dat hij verdween want iedereen had genoeg aan zijn eigen problemen.
Hicks liep een tijdje voort totdat hij voelde dat hij in de buurt kwam van de plek waar het automatische geweer op hen was gaan schieten. Hij liet zich op zijn knieën vallen en tastte met zijn handen zo ver mogelijk voor zich uitgespreid naar het vermiste lichaam. Hij was doornat van het zweet. Het liep over zijn gezicht, drupte van zijn k in en spetterde op het canvas van zijn masker. Het leek wel of al het bloed uit zijn lichaam zich samenperste in de aderen van zijn gezicht. Hier! Dit was vast en zeker een lichaam.
«Olin,» fluisterde hij. «Olin.» Maar er kwam geen antwoord. Hij tastte het lichaam af tot zijn hand bij het gezicht kwam. Het was warm en Hicks wist dat het Olinmoest zijn. Maar eigenlijk was het Olin niet. Het was een lijk dat eens Olin was geweest. Want Olin was dood. Over zijn uniformjasje en onder zijn gasmasker voelde Hicks een warme kleverige vloeistof. Hij legde zijn hand op het hart. Het sloeg niet meer. «Verdomme!» mompelde hij en begon terug te kruipen. Eigenlijk interesseerde het hem totaal niet of hij de groep terug vond. Als hij korporaal Olin had gered en teruggebracht naar de loopgraaf, wankelend onder diens lichaam over zijn schouder dan - en dat besefte hij heel goed – ja pas dan zou hij zich in de ogen van majoor Adams volledig hebben gerehabiliteerd.
Verder zou hem dan of wel een Distinguished Service Cross of een Croix de Guerre te beurt zijn gevallen. Maar nu niets van dit alles. Wat een idioot figuur zou hij hebben geslagen als hij met een dode over zijn schouder de loopgraaf was ingekomen. Een geval van misplaatste heroiek. Hij trok zijn schouders op en kroop verder.
Toen hij op de plek kwam waar hij de groep had achtergelaten was het net licht genoeg geworden om ze her en der verspreid op de grond te zien liggen. In het halfduister zagen ze er, met hun gasmaskers nog op, net uit als prachtige uilen.
Hicks ging naar ze toe en vroeg terloops waarom ze hun maskers niet af hadden gedaan. De luitenant van de inlichtingendienst gebaarde wild met zijn handen, deed zijn masker af en begon Hicks te vervloeken omdat die hem niet had gezegd dat het gas was weggewaaid.
«We hadden elk moment het loodje kunnen leggen, stommeling.» «Ja, en we zullen hier het loodje leggen als we hier niet als de donder weg gaan. Over vijf minuten is het helemaal licht. Bovendien was dat gasalarm vals,» antwoordde Hicks.
Alle mannen hadden inmiddels hun maskers teruggedaan in de hou- ders die aan een koord om hun nek hingen. De sergeant van de inlichtingendienst ging op weg om de doorgang in het prikkeldraad te zoeken, maar hij kon hem niet vinden. Hij kwam terug en de mannen volgden hem als verdoolde schapen. Na een tijdje langs het draad geslopen te hebben stopte hij.
«Hé, jullie daar. Geef door dat het overvalcommando er direct aan komt,» riep de sergeant van de inlichtingendienst in de richting van de loopgraaf.
Een van schildwachten in de schutterspost hoorde hem, gaf het be- richt door en het over valcommando stormde door het draad en donderde halsoverkop de loopgraaf in.
De compagniecommandant, in een vorig leven professor Engels aan een universiteit in Texas, dook op uit een nabije dug-oug en nam de hand van de luitenant in een warme omklemming.
«Mijn God. Ik dacht dat jullie allemaal gesneuveld waren. Het moet me gewoon ontschoten zijn dat er een overvalcommando op pad was, dus toen ik dat machinegeweer hoorde dacht ik dat de Duitsers aanvielen en liet een spervuur openen.»
«Maar u liet een groene pijl afschieten als gasalarm en geen signaal voor een spervuur,» bracht Bedford tussenbeiden.
«Dat is waar. Ik dacht dat ik een rode pijl afschoot, maar het was een groene.» Hij stopte abrupt. «Maar jullie zijn heelhuids terug.»
«Behalve een,» zei Bedford.
«En wat is er met hem gebeurd?» vroeg de kapitein. «Die….die is dood,» zei Hicks tot de verzamelde menigte.
Bedford draaide zich razendsnel om. «Hoe weet je dat hij dood is Hicks?»
«Ik zag hem,» zei Hicks. «Ga zelf maar kijken. Hij ligt daar, dood.»